header willem sluiter

Met Sluiterbeelden van chocolade nog keer breed in de media

op .

De activiteiten rond de onthulling van het borstbeeld van Willem Sluiter naast de Grote Kerk in Neede zijn op een waardige manier afgesloten met de overdracht va de chocoladebeelden hierbij aan de Leeuwerikschool en OekraÏense vluchtelingen. In de media is er zeer uitvoerig over bericht. Eerst verscheen al een groot verhaal op sites van de dagbladen Tubantia en de Stentor. Dit kunt u lezen als u klikt op deze zin. De in Berkelland huis-aan-huis verspreide bladen Achterhoek Nieuws en Nieuws uit Berkelland publoceerden het complete verhaal ook: over wie de mooiste zinnen schreven over de Achterhoek. 

2022-05-18 kSchermopname 1300

Zwolse schrijft mooiste Achterhoek-zin bij beeld Sluiter

op .

Sluiterbeelden in chocolade bewerkt-3

Tot slot mogen de Leeuwerikschool uit Neede en Oekraïense vluchtelingen smullen van de chocoladebeelden van Willem Sluiter. Met dank aan de winnaars van deze prijzen, Arjen van Gijssel (rechts) en Alet Boukes. Samen met bakker Marcel Stroet (midden) en dochter Chantal (links) bood hij de kunstwerken aan. Laura en Cas namen ze namens de school in ontvangst.

Chocoladebeeld van bakker Stroet voor Alet Boukes en Ruurloër Arjen van Gijssel

Alet Boukes, voormalig stadsdichter van het Overijsselse Zwolle, heeft de mooiste zin geschreven over de Achterhoek. Bakker Marcel Stroet schreef hiervoor een prijsvraag uit bij de onthulling op 22 maart van het borstbeeld van de dichter Willem Sluiter tegenover zijn geboorteplek in Neede. Verheugd is de winnaar erover dat via haar deze plaats en de Achterhoek verbonden worden met Zwolle, waar ter herinnering bij Sluiters graf in de Grote Kerk een plaquette van hem is aangebracht.

De tweede prijs, die eveneens goed is voor een door Stroet en zijn dochter Chantal vervaardigd borstbeeld van Sluiter in chocolade, is voor schrijver/dichter Arjen van Gijssel uit Ruurlo, die net is gekozen als raadslid in Berkelland. De jury vond zijn inzending van een uit één zin bestaand lang gedicht over de Achterhoek weliswaar het origineelst, maar gaf de voorkeur aan de beknoptere vorm van Boukes voor de eerste prijs.

Leeuwerikschool en vluchtelingen

Beiden vroegen direct om een bijzondere bestemming voor hun prijs. In overleg kozen ze voor de kinderen van de Leeuwerikschool in Neede, die een hoofdrol vervulden bij de onthulling van Sluiters borstbeeld naast de Grote Kerk in Neede. Hun wordt gevraagd de chocolade te delen met Oekraïense vluchtelingen in de gemeente Berkelland. Sluiter leefde in een tijd van oorlogen en moest zelf twee keer vluchten voor de troepen van Bommen Berend.

De jury voor deze wedstrijd werd gevormd door Diana Abbink (is onder andere projectleider identiteit bij het Erfgoedcentrum-Achterhoek en Liemers en voorzitter van Dialectkring Achterhook en Liemers en was voorzitter van de jury bij de Willem Sluiter Prijs) en dichter, journalist en natuurkenner Sander Grootendorst. De in Neede en Beltrum gevestigde bakker Stroet liet zich voor prijsvraag inspireren door Sluiters bekendste dichtregels: “Waer iemant duisent vreugden soek,/ Mijn vreugt is in dees’ achter-hoek.”

Adrie Visch uit Gelselaar veroverde de derde prijs. Miranda Oonk uit Noordijk werd vierde en Henk Eggersman uit Zutphen vijfde. Er kwamen 26 inzendingen binnen. Deelnemers waren er niet alleen uit de gemeente Berkelland, maar ook uit andere plaatsen in de Achterhoek, zoals Lievelde, Sinderen, Dinxperlo, Lochem en Zutphen en van daarbuiten: Enschede, Oss en Amsterdam. Tot grote tevredenheid van de initiatiefnemer.

2022-05-13

 

Nieuw licht op vlucht Willem Sluiter in rampjaar

op .

2022-05-01 4 j

Foto midden: Een toneelgroep onder leiding van Betsie Ooink voerde in Museum de Scheper bij de herdenking van het Rampjaar 1672 een kort stuk op over de vlucht van Sluiter voor de troepen van Bommen Berend. Links titelpagina van Sluiters lofzang op Maria en rechts voorpagina van tijdschrift Old Ni-js van de Historische Kring Eibergen met artikel van Arend Heideman over Willem Sluiter en het Rampjaar 1672.

Lofzang op Maria speelde waarschijnlijk eerder grote rol dan hekeldicht

Naast het misverstand dat de streeknaam Achterhoek is ontleend aan de bekendste dichtregels van Willem Sluiter, klopt het wellicht ook niet, dat hij in het Rampjaar 1672 moest vluchten vanwege zijn hekeldicht op de mis. Althans het bewijs ontbreekt. Dit blijkt uit een analyse van Arend Heideman. Een herdenkingsartikel (350 jaar later) van hem bracht onderzoek naar het werk van deze dichter in een stroomversnelling en leverde voortschrijdend inzicht op en de tekst van een oud verhaal.

Een novelle van P. Duys uit 1865 plaatste boze Beltrumse boeren in de verdachtenbank. Het zette ruim een eeuw geleden H.W. Heuvel in een boekje over Sluiter op het verkeerde been. Streekhistoricus Hendrik Odink ontdekte even later, dat de schrijver al lang had bekend dat zijn verhaal was verzonnen. Mis bleef het desondanks gaan met een goed beeld van de rol die Sluiters gedicht zou hebben vervuld.

Felle reacties op zijn dertig regels tellende puntdicht Op de MIS-geloovige uit 1671 zouden Sluiter een jaar later in mei hebben gedwongen te vluchten. Niemand heeft echter tot op heden een bron genoemd voor deze informatie. Het is zelfs niet bekend of dit gedicht vol woordspelingen, waarin 43 keer het woord mis voorkomt, wel is verschenen voor zijn overlijden in 1673.

Scherpe reacties op lofzang

Scherpe reacties daarentegen van rooms-katholieke zijde op Sluiters lofzang op Maria (Lof der Heilige Maagt Maria) uit 1669 zijn wel gepubliceerd. Sterk toegenomen interesse de laatste tijd voor dit 1648 regels tellende gedicht vestigde hierop de aandacht. Mochten dichtregels mensen op het idee hebben gebracht voor snode plannen met Sluiter dan moet daarom eerder hieraan worden gedacht.

Opmerkelijk hierbij is dat in 1672 de meeste andere predikanten uit de omgeving net als Sluiter vluchtten, al was geen van hen een dichter. M.A. Amshoff, familie van een toenmalige Eibergse predikant, schreef in de Geldersche Volks-almanak van 1839, dat Sluiter waarschijnlijk zou zijn omgebracht als hij niet was gewaarschuwd. ‘Bittere roomschen’ zouden hem betaald hebben willen zetten wat hij in zijn puntdicht had verkondigd.

Vertelling van Duys verdichting

Met de novelle De redding van een dichter, (1672) ging P. Duys verder. Al te gretig maakte Heuvel gebruik van deze vertelling, die hij ook fraai samenvatte. Hij signaleerde weliswaar enkele onjuistheden in het verhaal, maar vond dat de schrijver toch goed de historie en de overlevering had geraadpleegd. Heuvels vriend Odink onthulde dat hij (‘we’, schreef hij) kort na de verschijning van dat boekje een brief uit 1873 van Duys onder ogen had gekregen waarin hij verklaarde, dat zijn relaas “grootendeels verdichting is en voor de historie van geen waarde”. Dat Duys ondanks zijn kennis van de geschiedenis bijvoorbeeld schreef, dat Sluiter drie kinderen had, in plaats van twee, was tekenend.

Naar Heidemans oordeel schreef Odink zelf de betrouwbaarste overlevering van Sluiters vlucht en wie hem waarschuwde. Voorzichtig stelde die ook: “Sluiter was dan, mee ten gevolge van zijn gedichtje, andermaal banneling.” Zelfs dit blijkt echter nog nergens aangetoond.

Vele jaren zocht Heideman, die in maart in Old Ni-js van de Historische Kring Eibergen schreef over Sluiter en het rampjaar, vergeefs naar de tekst van de novelle van Duys. Op verrassende wijze kwam hij die recent langs digitale weg op het spoor. Bij speurwerk naar een pas in 1837 gepubliceerd gedicht van Sluiter, waarvan de tekst ook lang niet meer te achterhalen viel: een komisch gedicht over hoe de gravin uit Borculo en haar dochter hem tegen etenstijd overvielen met een bezoek. Duys verwerkte hiervan ook de regels met het vreemde (zoek)woord ‘bespinnekopt’. Zo kwam aan het licht, dat de novelle in 2019 is gedigitaliseerd. Wilt u ook meegenieten van de novelle van P. Duys over Sluiters vlucht? Klik dan op deze twee zinnen.  


Meer artikelen...