Onderbelichte anagrammen voor Sluiter meer dan spel

Anagrammen van Willem Sluiter (1627-1673) trekken na eeuwen via een omweg nog weer aandacht. Ze zijn onderschat. Ook door mij. Letterkeer was bij hem toch meer dan een spel. Heer, sus lust my u will, luidde zijn geliefdste anagram. Niet oorspronkelijk uit zijn eigen pen. Hij had het te danken aan zijn vriend en collega-dominee Magus Umbgrove. Sus betekent hierin aldus.

1 Anagram 1 bewerkt-1

Ook in Sluiters handschriften bevinden zich enkele anagrammen. Zoals bij een rijmpje uit 1669 voor Elisabet Bornius, voorin zijn lofzang op Maria, waaronder hij niet zijn handtekening plaatste, maar dit bekende anagram.

Vollenhove’s ‘Wel hem’ voor Sluiter verwijst naar Vondel

Schermopname 3130 bewerkt-1De Vondel-kroniek bracht de dichters Vondel, Vollenhove en Sluiter negentig jaar geleden even met elkaar in verband. In een noot bij het artikel van Vondelkenner B.H. Molkenboer over ‘Oranje’s beeld in Vondels vers’. Hij schonk hierin aandacht aan Vondels woordspel ‘Welhem’ voor prins Willem II. In een lofdicht voor Willem Sluiters eerste bundel sloot Vollenhove hierop aan met ‘Wel hem’.

Lof van Tachtiger Willem Kloos voor Willem Sluiter

Kloos over Sluiter bewerkt-2 2 k bewerkt-1

Dichter Willem Kloos, een belangrijk vertegenwoordiger van de Tachtigers, heeft lof geuit voor dichter en dominee Willem Sluiter. De latere bijnaam ‘De kleine leeuwerik’ voor Sluiter past er goed bij. Een via Delpher gelezen artikel van een eeuw geleden uit de Nieuwe Rotterdamsche Courant (24 maart 1923) bracht het verassende verhaal compliment aan het licht.

Met eerste vrouwelijke doctor letteren bij Sluiterbron

collaga Nijland bewerkt-2

Steeds vaker ontwikkelt zich uit een klein bericht bij het onderzoek naar dichter Willem Sluiter (1627-1673) een groot verhaal. De eerste vrouwelijke Nederlandse doctor in de letteren, dr. J. Aleida Nijland (1870-1950), voert ons deze keer mee naar een belangrijke bron bij Sluiters geboorteplek in Neede, haar vader.

Aan Sluiter toegeschreven gedicht is van zoon Jan

Schermopname 2445

Bij onderzoek naar dichter Willem Sluiter levert de voortschrijdende digitalisering van historisch drukwerk leuke dingen op, maar soms ook verwarring. Dan komt daarnaast parate kennis, zoals van Sluiterbibliograaf Georg Hartong, van pas.

Via de krantensite Delpher dook recent een merkwaardig bericht op uit het blad De Heraut van 9 februari 1866 (zie illustratie), waarin ook de naam van Willem Sluiter staat. Hierin is sprake van drukwerk met als titel: Het vernederd Nederland, of; Klagt over Neêrlands zonden, gestraft met sterfte onder het Rundvee. Van Willem Sluiter, die bijna uitsluitend tijdloos werk naliet, is echter in deze geest niks bekend.

Helaas ontbrak de tekst van het aan hem toegeschreven gedicht. Die kwam even later alsnog op het scherm via Google Books. Langs die weg is de complete brochure uit de The British Library in 2014 op internet gezet. Het blijkt een uitgave te zijn geweest van Callenbach uit Nijkerk. Van Willem Sluiter is hierin zijn Evangelisch Gezang 190 afgedrukt. Volgens Sluiterbiograaf C. Blokland werd dit voor deze in 1807 ingevoerde Gezangenbundel in de Nederduits Hervormde Kerk zo bewerkt, net als een ander lied van hem, dat het vrijwel onherkenbaar was. Maar dit terzijde.

Onder het voorafgaande, veel langere (titel)gedicht, met de Klagt over Neêrlands zonden, stond geen naam. Hartong stelde in reactie op een vraag hierover direct vast dat zoon Jan Sluiter, die radicaler was dan zijn vader, de dichter hiervan is geweest. Zijn dichtregels werden opgenomen in een Deventer bundel uit 1747 (die ook via Google Books is te raadplegen). Heeft uitgever Callenbach dit niet geweten, of maar wat graag goede sier willen maken met de naam van Willem Sluiter, wiens werk zeer lang populair is geweest? Het antwoord op deze vraag is waarschijnlijk niet meer te achterhalen. Wel staat nu gelukkig vast uit wiens pen het titelgedicht afkomstig is. 

Schermopname 2950

Schermopname 2948 k

Schermopname 2764

 

 

Sluiter en Maria in Amerikaans onderzoek kunstgeschiedenis

Maria calvinistisch in beeld gebracht

Willem Sluiter is grotendeels verdwenen uit de aandacht van de Amerikaanse calvinistische gemeenschap, al hebben tientallen Amerikaanse bibliotheken nog wel zijn bundels en het proefschrift van Blokland over zijn werk in hun collectie, niet alleen in de ‘'Bible Belt' in en rond de noordelijke staat Michigan, waar nog steeds veel nakomelingen van Nederlandse immigranten wonen. Des te verrassender is dat een Amerikaanse cultuurhistorica in het zuidelijke Georgia nog begin deze eeuw onderzoek blijkt te hebben gedaan naar de ontvangst van Maria in de Nederlanden in de 17e eeuw, en dan vooral naar de voor calvinisten aanvaardbare beeldvorming van de moeder van Jezus. Het loflied van Willem Sluiter over Maria en de illustraties daarin spelen daarbij volgens haar een essentiële rol.

door Peter Sluiter, verre nazaat van de dichter, met bijdragen van Elissa Auerbach, Georg Hartong en Arend Heideman 

BAH P1010869 m bewerkt-1   BAH P1010869

Titelprent en -blad van Willem Sluiters lofzang op Maria, met daaronder in het Latijn de bijbelwoorden: Zie hier, de dienstmaagd des Heren, niet mijn wil maar Uw wil geschiede. Maker gravure onbekend.

Willem Sluiters initialenrijke lofdichteres

Margareta de Sandra bewerkt-4

Een archiefstuk in Museum de Scheper in Eibergen (linksboven in collage) herinnert aan het contact van Willem Sluiter met Margareta de Sandra-Tortarolis uit Deventer en zijn handschrift hierbij dat een paar eeuwen later weer aan het licht kwam (rechtsonder). Een artikel van de Nieuwe Taalgids uit 1970. ‘Willem Sluiters initialenrijke lofdichteres’, luidde de titel. Hierin werd onthuld wie de belangrijke Deventerse was die in 1661 met een gedicht voorin Willem Sluiters eerste bundel prijkte, zijn Psalmen, Lof-Sangen en Geestelike Liedekens (zie onderin collage, links en midden).

Werk Willem Sluiter in Zuid-Afrika verdrongen naar archief

Wat Willem Sluiter met Assepoester heeft te maken

Cendrillon2 1 - kopie

Assepoester op het bal door Gustave Doré (via Wikipedia).

De literaire betekenis van Willem Sluiter is soms af te leiden uit een klein bericht (gezien via Delpher), over bijvoorbeeld de herkomst van de sprookjesnaam ‘Asschepoestertje’. Een bericht uit 1895 voert een dichtregel van ‘den Nederlandschen dichter’ Sluiter op om te bewijzen dat dit woord al bekend was voordat de Franse versie van het sprookje werd gepubliceerd, waaraan een Nederlandse vertaling werd ontleend. De informatie hierover verscheen in Noord en Zuid, taalkundig tijdschrift voor de beide Nederlanden, ten behoeve van onderwijzers.

Dichtersverzet met Willem Sluiters Wilhelmus en Engle-benden

Schermopname 2217

Links illustratie bij publicatie op site Nederlandse Poëzie Encyclopedie (https://www.nederlandsepoezie.org/), rechts omslag bloemlezing op site Delpher (https://www.delpher.nl/).

Dichtregels van Willem Sluiter (1627-1673) kregen in de bezettingsjaren een opmerkelijke rol toebedeeld. Aan tijdloze dichtregels had hij het mede te danken dat zijn werk zo lang populair bleef. Zijn Bede-Zang voor onse Krygs-Machten, waarmee hij Jeremia’s Klaag-Liederen afsloot, wijkt hier sterk van af. Laat dit lied, geschreven op de wijs van Wilhelmus van Nassouwe, nu in de Tweede Wereldoorlog zijn benut voor ander verzet van dichters.