Met eerste vrouwelijke doctor letteren bij Sluiterbron

collaga Nijland bewerkt-2

Steeds vaker ontwikkelt zich uit een klein bericht bij het onderzoek naar dichter Willem Sluiter (1627-1673) een groot verhaal. De eerste vrouwelijke Nederlandse doctor in de letteren, dr. J. Aleida Nijland (1870-1950), voert ons deze keer mee naar een belangrijke bron bij Sluiters geboorteplek in Neede, haar vader.

Aan Sluiter toegeschreven gedicht is van zoon Jan

Schermopname 2445

Bij onderzoek naar dichter Willem Sluiter levert de voortschrijdende digitalisering van historisch drukwerk leuke dingen op, maar soms ook verwarring. Dan komt daarnaast parate kennis, zoals van Sluiterbibliograaf Georg Hartong, van pas.

Via de krantensite Delpher dook recent een merkwaardig bericht op uit het blad De Heraut van 9 februari 1866 (zie illustratie), waarin ook de naam van Willem Sluiter staat. Hierin is sprake van drukwerk met als titel: Het vernederd Nederland, of; Klagt over Neêrlands zonden, gestraft met sterfte onder het Rundvee. Van Willem Sluiter, die bijna uitsluitend tijdloos werk naliet, is echter in deze geest niks bekend.

Helaas ontbrak de tekst van het aan hem toegeschreven gedicht. Die kwam even later alsnog op het scherm via Google Books. Langs die weg is de complete brochure uit de The British Library in 2014 op internet gezet. Het blijkt een uitgave te zijn geweest van Callenbach uit Nijkerk. Van Willem Sluiter is hierin zijn Evangelisch Gezang 190 afgedrukt. Volgens Sluiterbiograaf C. Blokland werd dit voor deze in 1807 ingevoerde Gezangenbundel in de Nederduits Hervormde Kerk zo bewerkt, net als een ander lied van hem, dat het vrijwel onherkenbaar was. Maar dit terzijde.

Onder het voorafgaande, veel langere (titel)gedicht, met de Klagt over Neêrlands zonden, stond geen naam. Hartong stelde in reactie op een vraag hierover direct vast dat zoon Jan Sluiter, die radicaler was dan zijn vader, de dichter hiervan is geweest. Zijn dichtregels werden opgenomen in een Deventer bundel uit 1747 (die ook via Google Books is te raadplegen). Heeft uitgever Callenbach dit niet geweten, of maar wat graag goede sier willen maken met de naam van Willem Sluiter, wiens werk zeer lang populair is geweest? Het antwoord op deze vraag is waarschijnlijk niet meer te achterhalen. Wel staat nu gelukkig vast uit wiens pen het titelgedicht afkomstig is. 

Schermopname 2950

Schermopname 2948 k

Schermopname 2764

 

 

Sluiter en streektaal: interessant voor onderzoek

Schermopname 2861kopie

Willem Sluiter en streektaal. Dit is een boeiend onderwerp voor onderzoek. Deze dichter en dominee, wiens werk enkele eeuwen zeer populair was, tot in Zuid-Afrika en Noord-Amerika, schreef zelf in het algemeen Nederlands, maar soms ontsnapte hem een Achterhoeks woord.

Hoe gingen in Sluiters tijd, hij werd geboren in 1627 en is in 1673 overleden, predikanten om met de streektaal? is één van de belangrijke vragen voor verder onderzoek. Waarom koos Sluiter, die om beter door te dringen in het hart van de mensen, gedichten en liederen gebruikte, die ze veel beter konden onthouden dan een preek, voor het Nederlands? Dit is een andere vraag hierbij.

Zes dialectismen

Taal- en letterkundige dr. Klaas Heeroma (1909-1972); ook bekend als dichter, onder de naam Muus Jacobse en de eerste hoogleraar Nedersaksische taal- en letterkunde, heeft al eens iets aangereikt over dit onderwerp. Hij leverde eveneens een belangrijke bijdrage aan herwaardering voor Sluiters werk. Onder de titel Zes worden van Willem Sluiter schreef Heeroma in Driemaandelijkse Bladen in 1953 een artikel over Sluiters dialectismen. De zes woorden zijn gezeet: zitplaats, geplaar: geplas, luchte: lantaarn, klasse: klis, boomsije: bombazijnen en deel: dorsvloer.

In F.C. Kok’s editie van Willem Sluiters Buiten-Leven uit 1958 werd dit aangestipt en zijn er nog een paar woorden aan toegevoegd uit Buiten-leven: gespreek, swaerde, vloer, disch en (misschien) nekken. Als woorden met een ‘gewestelijke kleur’ werden hierin tevens genoemd: roode, kreit en (misschien) ongestuim (zie https://www.dbnl.org/tekst/slui006buit02_01/slui006buit02_01_0015.php).

Sluiter zal als kind en tiener in Neede vrijwel zeker de taal van zijn streek hebben gesproken. Hoewel, afgezien van al zijn gedichten en liederen, niet bekend is wat de omgangstaal was in zijn contacten met gemeenteleden in Eibergen in de periode 1653-1653, mag worden aangenomen dat dit vaak de streektaal is geweest. Dat was geen schrijftaal. Zou hij er dat van gemaakt hebben, dan had hij nooit zo’n groot publiek bereikt. Streekgenoten heeft dit er niet van weerhouden vele generaties in de Sluiterboeken te lezen, grote delen hiervan uit het hoofd voor te dragen en zijn liederen te zingen.

Analfabetisme overwonnen

Het Nederlands van Sluiter heeft voor de Achterhoek zo een positieve invloed gehad op de geletterdheid. Schrijver en dichter Hans Werkman vertelde hierover in een lezing bij de onthulling van de plaquette van Willem Sluiter in de Grote Kerk n Zwolle in 2013(zie https://willemsluiter.nl/archief/7-lezing): Werkman merkte hierin op: “Lang niet iedereen kon in die tijd lezen. De wijde verbreiding van Sluiters zangboek had tot gevolg dat meer mensen die kunst wilden leren. Professor Entjes [opvolger van Heeroma] heeft gesteld dat daardoor het analfabetisme in de Achterhoek eerder overwonnen was dan in andere streken waar dialect werd gesproken. Men denkt zelfs dat dank zij Sluiter tot in de twintigste eeuw in Achterhoekse gezinnen meer leeslust werd aangetroffen dan in andere plattelandsgebieden in Nederland.”

Sluiters poëzie kwam drukker van pas bij reclame

Poëzie kan ook in reclame van pas komen. Dichtregels van Willem Sluiter bleken er een eeuw geleden zeer geschikt voor. Electrische Drukkerij H. Heinen in Eibergen drukte er op komische wijze mee uit hoe goed het bedrijf, waar moderne middelen werden benut, bereikbaar was. Via telefoonnummer 24. Optimaal werd het beeld benut van de dichter, die zo graag de stad meed en ongestoord thuis verder werkte.

Schermopname 2721

Collage van reclamefolder Eibergse drukker, dichtregels van Willem Sluiter en Heuvels boek over de dichter. 

Bij drukkerij Heinen verscheen in 1919 het boek van de grote Achterhoekse schrijver H.W. Heuvel over Sluiter. In 2007 werd er Willem Sluiter anno nu; De kleine leeuwerik gedrukt. Heuvels boek heeft wellicht drukker Heinen geïnspireerd bij het (laten) opstellen van de advertentie, die wordt bewaard in het archief van Museum de Scheper in Eibergen, dat ook beschikt over de grootste collectie ter wereld van Sluiters werk. Een jaartal is op het drukwerk niet te vinden, maar een telefoonlijst uit 1920 bevestigt dat Heinen toen beschikte over het genoemde nummer.

De passende dichtregels in de advertentie zijn afkomstig uit Sluiters gedicht Eensaem Huis- en Winter-Leven, dat voor het eerst in 1668 verscheen en waarin ook zijn bekendste regels staan: Waer iemant duisent vreugden soek, Mijn vreugt is in dees’ achter-hoek. Dit lange gedicht is een lofzang op het plattelandsleven en een verdediging van zijn eenvoudige levenswijze en matigheid. Hij keerde zich tegen het rumoer, gepronk, gewoel en de weelde in de steden. Alleen als het zeer noodzakelijk was vertoefde hij in de stad. Soms moest het, vanwege correctiewerk bij een drukker: de drukkers proev’. Op kostelijke wijze maakte de dichter melding van nog andere druk:

Indien’er haest is by mijn werk,

Soo moet de drukke drukker sterk

Geport en aengedreven zyn;

Of ander werk gaet voor het mijn’.

Drukker Heinen, die zo goed de dichter aanvoelde, was wel zo handig die vier regels niet in advertentietekst te verwerken. Of Sluiters dichtregels betrekking hebben op Deventer, waar zijn eerste werk verscheen, of op een andere stad in het westen des lands, waar hij rond zijn eerste ballingschap in 1665 verbleef, onthult het gedicht niet, maar is van minder belang. Het deel over zijn contact met drukkers is in algemene zin geschreven.

Naast de regels over het correctiewerk werden in de reclamefolder van Heinen regels van Sluiter uit zijn Vreugt- en Liefde-Sangen opgenomen over hoe door zijn boeken met gedichten Eibergen bekendheid kreeg. 

Zie voor het complete gedicht Eensaem Huis- en Winter-Leven de digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren: https://www.dbnl.org/tekst/slui006eens01_01/index.php, of https://www.dbnl.org/tekst/slui006eens02_01/.

Needse dominees hielpen Sluiter aan anagrammen

Dichter Willem Sluiter (1627-1673) was een groot liefhebber van anagrammen. Bij deze letterkeer blijken twee Needse dominees een bijzondere bijdrage te hebben geleverd. Een anagram is een woord of zin, gevormd uit de letters van een ander woord of een andere zin, maar in een andere volgorde. Een artikel hierover publiceert Arend J. Heideman dit najaar in de aanloop naar de expositie over Sluiters werk bij de Vrije Universiteit Amsterdam, die begint in december, rond zijn 350e sterfdag. Het onderzoek hiervoor was al voorlopig afgerond, maar dit weekend (half februari 2023) kon nog een leuke vondst worden toegevoegd.

anagram huisruste beckinck bewerkt-1kopie

 Bekend was al dat Sluiter dol was op het anagram dat de Needse predikant en vriend Magnus Umbgrove voor hem had bedacht: Heer, sus lust my u will. Dit gebruikte hij vaak. Umbgrove  veranderde hiervoor de naam in Wilhelmus Sluyterus. Zijn opvolger in Neede, Everhardus Beckinck, blijkt met lofdichten in Sluiters gewaardeerde gedicht Buiten-Leven, ook een bijzondere dienst te hebben geleverd. Twee bekende regels hieruit (zie onderste regels collage) prijken op het informatiebord bij het vorig jaar onthulde borstbeeld van Sluiter naast de Grote Kerk in Neede.

Minder aandacht trok tot nu een lofdicht van Beckinck in de vorm van een anagram: HUIS-RUSTE LUST MY WELL, waarvoor hij in de door Umbgrove gepresenteerde naam nog een t toevoegde. In aangepaste vorm nam Sluiter dit anagram over in zijn andere lange gedicht, Eensaem Huis- en Winter-Leven. Hij voegde met kleine letters het woord ‘altijt’ toe. Teruglezend in Buiten-Leven ontdekte Heideman dat deze dichtregel uit de pen vloeide in Sluiters geboorteplaats, Neede. 

Wat Willem Sluiter met Assepoester heeft te maken

Cendrillon2 1 - kopie

Assepoester op het bal door Gustave Doré (via Wikipedia).

De literaire betekenis van Willem Sluiter is soms af te leiden uit een klein bericht (gezien via Delpher), over bijvoorbeeld de herkomst van de sprookjesnaam ‘Asschepoestertje’. Een bericht uit 1895 voert een dichtregel van ‘den Nederlandschen dichter’ Sluiter op om te bewijzen dat dit woord al bekend was voordat de Franse versie van het sprookje werd gepubliceerd, waaraan een Nederlandse vertaling werd ontleend. De informatie hierover verscheen in Noord en Zuid, taalkundig tijdschrift voor de beide Nederlanden, ten behoeve van onderwijzers.

Dichtersverzet met Willem Sluiters Wilhelmus en Engle-benden

Schermopname 2217

Links illustratie bij publicatie op site Nederlandse Poëzie Encyclopedie (https://www.nederlandsepoezie.org/), rechts omslag bloemlezing op site Delpher (https://www.delpher.nl/).

Dichtregels van Willem Sluiter (1627-1673) kregen in de bezettingsjaren een opmerkelijke rol toebedeeld. Aan tijdloze dichtregels had hij het mede te danken dat zijn werk zo lang populair bleef. Zijn Bede-Zang voor onse Krygs-Machten, waarmee hij Jeremia’s Klaag-Liederen afsloot, wijkt hier sterk van af. Laat dit lied, geschreven op de wijs van Wilhelmus van Nassouwe, nu in de Tweede Wereldoorlog zijn benut voor ander verzet van dichters.

Gebruikspoëzie onthult Sluiters reikwijdte

Hoe groot de reikwijdte van Willem Sluiters dichtregels is geweest, blijkt uit via Delpher gevonden krantenberichten. Een aantal berichten diende kennelijk om vrouwen te helpen die gebukt gingen onder de grote voorjaarsschoonmaak. Hierin klonk verkapt het advies door deze taak lichter op te vatten.

schoonmaakellende bewerkt-4

Met een ander bericht werd gepleit voor een eenvoudig leven, met zo min mogelijk hulp van dienstboden. Dit stond op 1 april 1881 in de Java-bode, die bestemd was voor voormalig Nederlands-Indië.

Het bericht over schoonmaakellende in het voorjaar verscheen gedurende een langere periode in een aantal kranten. De Goesche Courant van 14 april 1923 en enkele dagen later het ook in Goes verschijnende Volksblad publiceerden het met de mededeling, dat het was overgenomen uit het Dagblad voor Noord-Brabant. In de begeleidende informatie stond dat het bijna 250 jaar geleden was dat de dichter overleed (niet zoals het bericht meldt in Eibergen bij Zwolle, maar in de Overijsselse hoofdstad Zwolle). Een eeuw later, rond zijn 350e sterfdag, wordt in december bij de Vrije Universiteit Amsterdam een expositie geopend van zijn werk. Dezelfde dichtregels verschenen op 14 april 1949 opnieuw in een krant. Deze keer in de Nieuwe Vlaardingsche Courant, in weer een ander gebied dus.

Zowel de over dienstbodes gepubliceerde Sluiteregels als die bij schooonmaakellende zijn afkomstig uit zijn lange gedicht Eensaem Huis- en Winter-Leven, waarin ook zijn bekendste regels staan: Waer iemant duisent vreugden soek, Mijn vreugt is in dees’ achter-hoek. Dit lange gedicht zonder literaire pretenties is een lofzang op het plattelandsleven en een verdediging van zijn eenvoudige levenswijze en matigheid.

Zonder meid of knecht voelde Sluiter zich de koning te rijk. Voor hem hoefde in huis ook niet alles kraakhelder te zijn. Een beetje stof deerde hem niet.

Bij het schoonmaakbericht werd vermeld, dat Sluiter predikant-dichter was. Verder ontbrak elk spoor van de stichtelijke achtergrond bij de gepropageerde sobere levensstijl. In het oorspronkelijke drukwerk werd zoals bij veel dichtregels van Sluiter in de kantlijn verwezen naar een Bijbeltekst. In dit geval: I Corinthiërs 6, vers 13, waar de woorden over spijs en de buik aan zijn ontleend. Gebruikspoëzie voor de schoonmaaktijd was andere stof.

(foto: met dank aan Boerderijmuseum de Lebbenbrugge in Borculo)

Willem Sluiter dichtte minimaal twee keer over zwaluw

Sluiter Swaluw en Swaelwen bewerkt- k

De belangrijkste vogel in het werk van dichter Willem Sluiter (1627-1673) is en blijft de leeuwerik. Hij blijkt echter minimaal twee keer ook over de zwaluw te hebben gedicht. Als liefhebber van de boerenzwaluw zocht ik daar al langer naar. Een nieuwe speurtocht leverde recent resultaat op. In zijn Christelijke doodts-betrachting komt de vogelnaam voor als swaluw. Een andere schrijfwijze en het meervoud is te vinden in Gezangen van Heilige en Godtvruchtige stoffe: swaelwen. Sluiter werd wel de ‘kleine leeuwerik’ genoemd, naar de in deze omgeving vrijwel verdwenen vogel, die jubelend opstijgt naar de hemel. Hij dichtte het lied Op het zingen van den Leeuw’rik. Aan de hand hiervan kreeg hij drie eeuwen na zijn aantreden als dominee in Eibergen, in 1953, ook herwaardering als dichter. Van taal- en letterkundige dr. Klaas Heeroma (1909-1972; ook bekend als dichter, onder de naam Muus Jacobse). Hij wees erop hoe Sluiter zich hierin tekende “in zijn vreugde over de vrije natuur, zijn zangdrift en zijn hemelverlangen”. 

Genderaspecten bij opdrachten aan grafelijke familie diffuus

2022-09-24 7

Willem Sluiter (1627-1673) droeg naar verhouding vaak dichtbundels op aan vrouwen. Aan drie leden van één gezin, de grafelijke familie in het kasteel te Borculo, betoonde hij met zijn publicaties ook deze eer. Marjan van den Broek zag hierin voor haar bachelor-eindwerkstuk aan de Universiteit Utrecht een uitgelezen kans te onderzoeken hoe zijn opdrachten aan vrouwen verschilden van die aan mannen.

Nina Geerdink, docent vroegmoderne Nederlandse letterkunde in Utrecht, wist haar en een andere student te interesseren voor onderzoek naar de bijzondere relatie in het werk van Sluiter tot vrouwen. Hun werkstukken zijn op de site www.willemsluiter.nl kort samengevat. Voor meer informatie of contact: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Hypothese vooralsnog niet bevestigd

De onderzoeksresultaten, schrijft Van den Broek, komen niet overeen met de verwachting dat de opdrachtgedichten van Sluiter aan vrouwen verschillen van die aan mannen. Sommige verschillen kunnen echter wel gerelateerd worden aan gender. Genderaspecten spelen wel een rol in deze gedichten van Sluiter, maar lang niet alle verschillen kunnen toegeschreven worden aan gender, gedragscodes die in een bepaalde cultuur voor mannen en vrouwen gelden. De hypothese dat gender een rol speelt in het werk van Sluiter kan daarom door haar vooralsnog niet bevestigd worden. Diffuus blijft voorlopig het beeld.

Het eindwerkstuk van Van den Broek draagt als titel ‘Willem Sluiter’. ‘Een onderzoek naar de opdrachten van Sluiter aan de familie Van Limburg Stirum’, luidt de ondertitel. Hiervoor werden de drie opdrachtgedichten bestudeerd en met elkaar vergeleken: het gedicht aan Elisabeth in de bundel Psalmen, lof-sangen, ende geestelike liedekens, het gedicht aan Otto in Buiten-leven en het gedicht aan dochter Amelia in Eensaem huis- en winter-leven.

Naar het oordeel van Van den Broek mag haar hypothese nog niet direct verworpen worden. Sluiter heeft meer werken aan vrouwen opgedragen, die kunnen ook worden bestudeerd.

Hield de graaf minder van lezen?

Een opvallende zin is in de ogen van Van den Broek de zin waarin gezegd wordt dat Sluiter de graaf niet wil belasten met te veel leeswerk. Betekent dit wellicht dat de graaf minder van lezen hield en minder met literatuur bezig was dan zijn juist zeer belezen vrouw en dochter? Dit verschil kan ook wel beschouwd worden als een ‘gender’-verschil.

Het werkstuk informeert ook over hoe rond 1500 schrijvers opdrachtgedichten schreven met hyperbolische lof aan hun beschermheren. In de hoop op financiële ondersteuning. De toewijding verbond de naam van de schrijver met de beschermheer en gaf de schrijver faam. Dit bevorderde de verkoop. Een beschermheer handelde ook uit eigenbelang. Zijn faam werd namelijk via de gedrukte boeken verspreid.