Bloemlezing Sluiters poëzie door een later foute dichter

op .

DSC05794 k bewerkt-2 DSC05797 2 j

De in 1938 verschenen bloemlezing van Martien Beversluis uit Sluiters werk.

Een zijpad bij speurwerk dwingt me hier op een andere wijze aandacht te schenken aan een bloemlezing uit Willem Sluiters werk dan het plan was. Vanwege de levensgeschiedenis van samensteller Martien Beversluis, een dichter die achtereenvolgens socialist, communist en jongprotestant (literaire kring van christenen) was. Vervolgens was hij fout in de oorlog. Bij verschijning in 1938 van het boekje was dat laatste natuurlijk niet bekend. Zijn begeleidende stuk over Sluiter heeft ondanks zijn verkeerde politieke en maatschappelijke keuzes naar mijn oordeel wel waarde.

In Museum de Scheper in Eibergen zag ik in 2007 al de bloemlezing uit de gedichten van Sluiter, wiens naam met een y werd geschreven. Wie de samensteller en inleider was ontging me, ook toen ik er dit jaar foto’s van maakte in het museum voor deze site, waarschijnlijk ook omdat de naam me niks zei.

Schermopname 2565Artikel over religieuze poëzie

Deze klein weergegeven naam ontging me eveneens bij een via Delpher op internet gevonden artikel uit juli 1938 in Vrije geluiden, orgaan van de Vrijzinnig Protestantschen Radio Omroep (later bekend als VPRO; zie illustratie van artikel links)), over religieuze poëzie. Tussen Vondel, Luyken, Revius, Hooft, Huygens en Cats prijkte in het stuk voor de zeventiende eeuw ook de naam van “den zangerigen Willem Sluyter”. Daarop zocht ik via internet aanvullende informatie over de auteur. Wikipedia (https://nl.wikipedia.org/wiki/Martien_Beversluis) onthulde me hoe deze dichter zich even later in nationaalsocialistisch vaarwater onderdompelde. Maar wat schreef hij in een voorgaande periode over Sluiter? Voor een groot aantal kranten en andere bladen waren zijn naam en die van Sluiter belangrijk genoeg destijds voor een bericht over het verschijnen van de bloemlezing.

“Sluyter was vóór alles predikant. Niet een prediker en boetgezant, doch een herder voor zijn gemeente”, schreef Beversluis in zijn inleidende artikel. Met zijn opmerking dat Sluiter afkomstig was uit een eenvoudig gezin in Neede ging hij iets voorbij aan de werkelijkheid. Interessanter is zijn schets van Sluiter als dichter: “Sluyter was allerminst een dramatisch dichter; hij was ook geen zuiver lyrisch dichter, doch veeleer een didacticus. Het leerdicht gaat hem bijzonder goed af. De vermaningen tegen laster, achterklap, ijdeltuiterij, dansen, dronkenschap en allerlei andere zonden, die hij in zijn dorp waarneemt (waarschijnlijk nog heel in het ’t klein) bereiken hier en daar literaire hoogtepunten.”

Eenvoudig als het leven “en het karakter van dezen zeer eenvoudigen en lieftalligen predikant” was volgens Beversluis de vorm van zijn poëzie. “De allereenvoudigste kan het begrijpen en zie daar wat hij dan ook beoogde.” Samengevat concludeerde de bloemlezer: “Sluyters poëzie is bescheiden en schoon door eenvoud.” Een typering, die velen deelden.

DSC05815 2 k bewerkt-2Opvallende inhoud

Op een aantal punten is de bloemlezing opvallend. Bekende regels uit Sluiters vaak geprezen lange gedicht Buiten-Leven ontbreken volledig. Beversluis koos voor een relatief groot aantal gebeden van Sluiter: in vijf van de twintig nummers staat dit woord als titel. Een probleem is dat zijn bloemlezing geen enkele informatie geeft over de herkomst van de geselecteerde dichtregels, uit welk werk van Sluiter ze afkomstig zijn.

Aanpassing aan de schrijfwijze in de jaren dertig van de vorige eeuw maakt het niet eenvoudiger er naar te zoeken. Lastig bij het speurwerk is ook dat van bepaalde liederen slechts een deel van de oorspronkelijke verzen is opgenomen. Van een paar nummers achterhaalde ik dat ze afkomstig zijn uit Sluiters bundel Psalmen, Lof-Sangen, ende Geestelike Liedekens. Enkele andere blijken afkomstig uit zijn Gezangen van Heilige en Godvruchtige stoffe.

Voor een goed beeld van Sluiters werk bood de bloemlezing onvoldoende, maar allicht zijn mensen door deze uitgave geïnteresseerd geraakt in zijn werk. Gelukkig beschikken we tegenwoordig digitaal over mogelijkheden hiervan kennis te nemen.

Arend J. Heideman                                                      Gelselaar, september 2023

 

                                                                                                                                         Inhoud van bloemlezing uit Sluiters werk.

Misverstanden over Willem Sluiter lang herhaald

op .

Over dichter Willem Sluiter zijn lang een paar onjuistheden herhaald. Het artikel van J.L. Brens in De Gezinsgids van maart 1964, dat het Berkeldeel van de Achterhoek belicht, is er een voorbeeld van.

Misverstanden zijn voor gebruikers en toehoorders soms zo aantrekkelijk dat ze lang voortbestaan. Bij Sluiter doet zich dit verschijnsel voor rond zijn bekendste dichtregels en boze Beltrumse boeren. Hij dichtte niet over de Achterhoek, maar had met dees’ achter-hoek waarschijnlijk het gebied van zijn kerkelijke gemeente in en rond Eibergen voor ogen. En het verhaal over die boeren, waarvoor hij zou hebben moeten vluchten, bleek verzonnen te zijn.  

DSC05930 k DSC05931 k bewerkt-1

Berkelvallei

Het nog altijd bestaande christelijk magazine Gezinsgids opende een serie verhalen over de Berkelvallei in de Achterhoek, “een streek in ons land waar de vreemdelingen-industrie nog niet sterk is doorgedrongen”, met het artikel van medewerker Brens over Sluiter. Alleen tegen de achtergrond van zijn leven en werk kon je volgens een begeleidende tekst die verhalen goed begrijpen. Met Sluiters bekendste regels (Waer iemant duisent vreugden soek,/ Mijn vreugt is in dees’ achter-hoek) opende het artikel van Brens.In navolging van vele anderen veranderde hij Sluiters woorden in den Achterhoek. Deze aanpassing versterkte de indruk dat de latere streeknaam hiervan werd afgeleid. Het in 2018 verschenen boek Van achter-hoek tot Achterhoek leerde dat Sluiter iets anders uitdrukte.

Verzonnen verhaal

Door Brens vrij weergegeven dichtregels uit Sluiters dichtbundel Vreugt- en Liefde-Sangen (1671) over de Eibergse buurtschap Mallem bestrijken een groot deel van zijn artikel. Aan het slot vertelde hij hoe Sluiter in het Rampjaar 1672 moest vluchten vanwege woede onder roomsen uit Grol (Groenlo) en Beltrum over zijn hekeldicht op de mis. Hij ontleende zijn wijsheid aan een novelle van P. Duys uit 1865, die boze Beltrumse boeren in de verdachtenbank zette.

Duys zette ruim een eeuw geleden ook de Achterhoekse schrijver H.W. Heuvel hiermee op het verkeerde been. Streekhistoricus Hendrik Odink uit Eibergen ontdekte echter even later, dat Duys al lang had bekend dat zijn verhaal was verzonnen. Tot Brens is dat kennelijk niet doorgedrongen. Een jaar na zijn artikel kwam het boek in Uit Kroniek en Volksmond van de Achterhoek uit, waarin Odink een meer waarschijnlijke geschiedenis van Sluiters vlucht beschrijft.

Het artikel uit De Gezinsgids van J.L. Brens trof ik aan in het Sluiterarchief van Museum de Scheper in Eibergen.

Zie ook artikel NIEUW LICHT OP VLUCHT WILLEM SLUITER IN RAMPJAAR op deze site, door het klikken op deze zin.

Ook avondmaalszilver verbindt Sluiter met Haarlo

op .

4 bewerkt-5

Het door nazaten van Willem Sluiter aan de kerk in Haarlo in 1858 geschonken avondmaalszilver.

Niet alleen Neede en Eibergen zijn nauw verbonden met dichter en dominee Willem Sluiter, maar ook Haarlo. Naast de Sluiterboom bij Kulturhus ’t Stieltjen en een naar hem genoemde weg (waarin de naam met een y is vermeld) zijn er dichtregels van hem over dit dorp en zijn kapel en sporen op het kerkelijk erf, waaronder avondmaalszilver. In het boek Van achter-hoek tot Achterhoek zijn er vijf jaar geleden al foto’s van gepubliceerd, die twee jaar geleden ook zijn benut voor een uitgebreide beschrijving van het religieus erfgoed van kerkgebouw De Kluntjespot in opdracht van het Catharijneconvent.

Via de krantensite Delpher dook er recent interessante aanvullende informatie over op. In een artikel van Twentsch dagblad Tubantia van 12 september 1958 over een reünie in 1958 van de familie Bloemers, een eeuw nadat een dominee uit dit geslacht aantrad in het toen net geopende kerkgebouw met zijn opmerkelijke vorm: achtkantig. Onder de verwanten bevond zich ook commissaris van de koningin in Gelderland, H.W. Bloemers, kleinzoon van de dominee en zoon van oud-burgmeester H.P.J. Bloemers van Borculo.

Schermopname 2478 Schermopname 3209 Schermopname 2006

Artikel Twentsch dagblad Tubantia van 12 september 1958 over een reünie in 1958 van de familie Bloemers n Haarlo en bericht hierover een dag later in het Zutphens Dagblad.

Cadeau nazaten

Een predikant uit het geslacht van dichter en dominee Willem Sluiter schonk het avondmaalszilver in 1858 aan de hervormde gemeente van Haarlo en Waterhoek, die eens ook onder de hoede viel van de Eibergse predikant Willem Sluiter. Hendrik Odink schreef er in 1954 over: “Een afstammeling in het zesde lid, jarenlang dominee in Voorschoten, schonk omstreeks 1860 het avondmaalszilver aan de kerk te Haarlo, die, pas van Eibergen afgescheiden, een zelfstandig kerspel was geworden.” Een inscriptie op een metalen plaatje in een nu buiten de kerk (sinds oktober 2015 eigendom van de Stichting Oude Gelderse Kerken) ondergebracht kistje, waarin de borden/schalen, bekers en kan worden bewaard, noemt het jaartal 1858.

IMG 0266 k bewerkt-1 4.b avondmaalszilver Haarlo 

De kist met het Haarlose avondmaalszilver en het informatieplaatje dat meldt dat het is geschonken in 1858.

Naam Sluiter op klok

Dagblad Tubantia publiceerde ook in 1937 (23 december) een artikel over De Kluntjespot waarin Sluiter nadrukkelijk werd genoemd. Het artikel onthult ook dat op de klok van de kerk naar de Haarlose dichtregels van Sluiter wordt verwezen. Het tweede van zestien coupletten Aan onse Gemeinte in de buerte van Haarlo luidt:

Kom ick u Kapell’ken nadren,

Gy kont, sonder Klok-geluit,

Haast tot my by-een vergadren.

Lust en liefde lokt u uit.

Als gy dan, soo mans als vrouwen,

Weer-zijds fraai beset uw perk,

Lijkt, in ‘t aangenaam aanschouwen,

Uw kapell’ken wel een kerk.

Een kerk werd er twee eeuwen later gebouwd. Met een passend cadeau lieten Sluiters nazaten blijken Haarlo nog niet te zijn vergeten.

Schermopname 2512

In het nummer van 23 december 1937 schonk dagblad Tubantia ook al aandacht aan de kerk in Haarlo en de betekenis hiervoor van Willem Sluiter, naar wiens naam en dichtregels ook wordt verwezen op een klok.

Meer artikelen...