Zomerse Willem Sluiter tussen Huygens en Vondel

Als muurgedicht prijken bekende dichtregels van Willem Sluiter op een gevel van lunchroom De Heerlijkheid in Borculo.
De kijk van Willem Sluiter op de natuur bleek begin vorige eeuw voor velen een waar genot. Het Zondagsblad van de krant Het Nieuws van den Dag, een krant met ‘vrijzinnige denkbeelden’ en een poosje later kopblad van De Telegraaf, getuigde hiervan op 19 juli 1903. Het opende met het artikel Zomerochtend bij dichters der 17de eeuw. Samen met de iets oudere tijdgenoot en predikant Dirk Rafaelsz. Camphuysen kreeg Sluiter hierin een warme plek tussen de dichters Christiaan Huygens en Joost van den Vondel.
Opvallend aan het begeleidende verhaal over Sluiter is hoe sterk hij in bescherming werd genomen tegen het oordeel over hem in letterkundige handboekjes van vroeger en van ‘toongevers van heden’ (critici). Het blad stelde hier tegenover, “dat de opvatting en voorstelling van Willem Sluyter [geschreven met y] genoegen en genot hebben geschonken aan honderden en waarschijnlijk duizenden der lezers, voor wie het Buyten-leven de openbaring was van hun eigen denken en gevoelen”. Dat deze krant hier op deze wijze aandacht voor vroeg bevestigt hoe breed Sluiters werk werd gewaardeerd en dat de interesse zich niet beperkte tot kringen van gelovigen.
Van Sluiter werden in het artikel onder andere bekende regels geciteerd uit zijn lange gedicht Buiten-Leven.
Ik kies de beemden en ’t geboomt,
Daer ’t versche water lieflyk stroomt,
Daer sitt’ ik neer, om wat te rusten,
Of ga al wand’lend mij verlusten
En sie, in vreugd mijns herten dan
Het schoon gebouw des hemels an.
Als muurgedicht zijn deze dichtregels enkele jaren geleden aangebracht op een gevel van lunchroom De Heerlijkheid in Borculo, op de hoek van de Weemhof en het Muraltplein.
De auteur van het verhaal in te Zondagsblad besefte goed, dat ‘onze Eibergsche poëet’ in de natuur “’een heerlijk geschenk des Algoeden” zag en dat volgens hem “de schoonheid der aarde in haar heerlijkst gewaad moet dienen om den mensch op den hemel belust te maken”. Daar had het blad kennelijk minder moeite mee dan Sluiter meten met de maatstaf van kunstopvattingen.

Zomerartikel Zondagsblad van de krant Het Nieuws van den Dag op 19 juli 1903, waarin dichtregels van Willem Sluiter ruim aandacht kregen.




Dichter, kinderboekenschrijver en bloemlezer P. van Renssen signaleerde in de jaren dertig van de vorige eeuw een overeenkomst tussen dichtregels van Willem Sluiter en van Guido Gezelle. De net na Van Renssens overlijden in 1937 verschenen bundel Verstolen schoonheid, een ‘verzameling oud-Hollandschade religieuse gedichten’ informeert hierover met een ‘oriënterende aanteekening’ van hem. Met Sluiters Gebedt om den wille Jesu te volbrengen is deze in de collage verwerkt. Aan de hand van informatie op de site Nederlandse Poëzie Encyclopedie wordt hier verteld wie Van Renssen was. Hij heeft Sluiters gebed, dat afkomstig uit zijn in 1661 verschenen eerste bundel