Spoor naar herkomst Sluiterwerk in Gelderse almanakken

Schermopname 1023 klIn verschillende edities van de Geldersche Volks-almanak staan stukken over en werk van Willem Sluiter.

In Geldersche Volks-almanakken verschenen in de jaren dertig en veertig van de 19e eeuw enkele artikelen over Willem Sluiter en werd ook niet eerder uitgegeven werk van hem afgedrukt. Waar zou dat toen (en nu ook vaak nog) onbekende werk vandaan zijn gekomen? In jaargang 1841 blijkt in een verhaal van een onbekende auteur, wellicht een nazaat, een tip van de sluier te zijn opgelicht.

Historisch onderzoek is vaak verrassend. Je zoekt soms jaren vergeefs – plotseling komt er onverwacht antwoord. In dit geval via verzamelaar Leo van Dijk uit Eibergen. Hij leverde op eigen initiatief informatie uit almanakken, die bij informatiepunt www.willemsluiter.nl nog niet waren getraceerd. Meest verrassend: een gedicht van Sluiter van 30 mei 1671 voor zijn toen zevenjarige zoontje Jo(h)annes, in de editie 1841. Voor het eerste sinds 1841, voor zover bekend, wordt dat hieronder opnieuw gepubliceerd.

Allerlei gedichten en verhalen

Eind 2025 werd op deze site nog een uit de Geldersche Volks-Almanak van 1842 overgenomen gedicht gepubliceerd[1] waarmee Sluiter in 1671 aan zijn halfbroer Matthias in Den Haag een exemplaar aanbood van zijn Vreugt- en Liefde-Sangen. Daarin stond ook een gedicht uit hetzelfde jaar aan zijn nicht Barta Rubben-Verdun[2]. Eerder werd bericht over korte stukjes van M.A. Amshoff in de Geldersche Volks-almanak van 1839[3], over een in de editie 1856 afgedrukte brief aan Sluiters collega Geraert Brandt. Uitvoerig is hier ook al geschreven over een komisch gedicht[4] van Sluiter, die zich overvallen voelde door bezoek uit Borculo van de gravin en haar dochter, afgedrukt in de jaargang 1837 van de almanak, met daarin ook een gedicht, gericht aan zijn in Arnhem wonende nicht Armgerdina Binkhorst. De vraag was al lang: waar zouden al die stukken en gedichten vandaan zijn gekomen? Wie stuurde ze naar de redactie van de Gelderse almanakken, uitgegeven bij C.A. Thieme in Arnhem?

Onder de titel Geldersche beroemde Mannen schonk L.A.J.W. Sloet in de almanak van 1835 al uitvoerig aandacht aan Willem Sluiter en zijn werk. Ludolph Anne Jan Wilt baron Sloet van de Beele (1806 -1890) was historicus, koloniaal bewindsman (gouverneur-generaal van Nederlands-Indië) en later ook nog lid van de Tweede Kamer.

Schermopname 1024 kl

Geldersche Volks-almanak uit 1841 met begin en slot van het verhaal over Willem Sluiter en zijn werk.

Opmerkelijk verhaal uit Eibergen

De Gelderse almanak uit 1841 biedt een opmerkelijk verhaal uit Eibergen, gericht aan “mijnen vriend” O.G. Heldring van dit jaarlijkse boekwerkje op klein formaat (destijds ongeveer 13 x 11 cm). Enige, “tot dus ver onuitgegeven stukjes” van W. Sluiter werden er aan toegevoegd. De naam van de auteur werd niet onthuld, maar hij schreef wel bloedverwanten te hebben in Eibergen. De schilderachtige omgeving van die plaats, de Berkel en de Sluiterboom (die toen nog in Haarlo stond) beschreef hij in vier pagina’s. Minder vrolijk uitte de schrijver zich over taferelen rond het doodgravershuis bij de oude begraafplaats in Eibergen. Hij ergerde zich aan de vergunning van de doodgraver voor het verkopen van sterke drank en wond zich erover op dat treurenden op deze plek te kampen hadden met het “gewoel van de jenever-lieden, die zich aldaar voornamelijk op zon- en feestdagen verzamelen”: “Mogt deze wanvoegelijkheid spoedig ophouden!” Of deze noodkreet in Eibergen indruk heeft gemaakt, is niet bekend. In deze plaats sprak hij altijd graag over “vader SLUITER”. Veel bijzonderheden uit het leven van Sluiter wist men hem echter niet meer te vertellen.

Elders had de auteur wel een belangrijke bron aangeboord: “te Steenwijk heb ik telkens door de vriendelijkheid van den heer SCHUURMAN, Medicinae Doctor aldaar, den vrijen toegang tot eene verzameling van nog onuitgegeven stukken, door SLUITERS eigen hand geschreven.”

Hier wilde hij graag iets van toesturen ter publicatie in de almanak. Hiertoe behoorde kennelijk ook het gedicht dat Sluiter richtte aan zijn zoontje Johannes (1664-1742), die eveneens dominee is geworden, eerst in Raalte en later in Steenwijk, waar hij is overleden. 

Schermopname 1013

Niet bekend is langs welke weg onuitgegeven werk van vader Sluiter in het bezit is gekomen van de Steenwijkse arts J.B. Schuurman (1767-1841), lid van het stadsbestuur van Steenwijk en later vooral bekend als geneesheer in de Gewone Koloniën te Frederiksoord. Van  familiebanden is niets bekend en ook niet welke andere contacten er waren.

Opmerkelijk aan het verhaal uit de almanak van 1841 is dat er eerder ook al stukken over en gedichten van Sluiter in Gelderse almanakken werden afgedrukt. Waar die vandaan kwamen en of er een verband is met die in de jaargang 1841, is vrijwel zeker niet meer te achterhalen. Duidelijk is in elk geval dat onuitgegeven werk van Willem Sluiter nog lang is bewaard en (deels) gepubliceerd. Zou er, ergens verborgen, nog meer zijn?

Arend J. Heideman                                        Gelselaar, voorjaar 2026 

Door op onderstaande note te klikken, zijn de desbetreffende artikelen te lezen:

[1]Twee eerste drukken van dichter Willem Sluiter ontdekt.

[2]Sluiters contacten met vrouwen bij presentatie nieuw werk.

[3]Quaade nabuer brengt Sluiter in beklaaglijke ballingschap tot goets.

[4] Sluiters komische gedicht bij onverwacht bezoek.