Herontdekte vriendenbrief aan Moonen bevestigt Sluiters positie

Portret Arnold Moonen (Rijksprentenkabinet), met de in het Latijn geschreven brief van Willem Sluiter in zijn vriendenboek (omslag rechtsonder).
Aangespoord door de recente vondst van verloren gewaande eerste drukken van Willem Sluiters Vreugt- en Liefde-Sangen en Eibergsche Sang-Lust, bleek de afdeling Bijzondere Collecties van Amsterdamse universiteitsbibliotheek – onuitputtelijk en onvolprezen behulpzaam – een ander document te bezitten, dat in kringen van Sluiterkenners niet bekend was: de Brief van Willem Sluiter (1627-1673) aan Arnold Moonen (1644-1711), gedateerd op 27 november 1671 in Zwolle. De hele bundel is uniek want handgeschreven, en zo kennen we nu ook in Sluiters eigen handschrift een nieuw anagram, een in zijn tijd populair ‘’spel’’ waar hij zeer bedreven in was, met opnieuw zijn eigen spelling van zijn achternaam.

Dat bleek een onderdeel van een album amicorum voor Moonen, een vriendenbundel met brieven van 48 tijdgenoten uit de vaderlandse literatuur en religie, waaronder heel wat grootheden, zoals de oude Vondel, Sluiters collega dichter-dominee Johannes Vollenhove en de Amsterdamse dichter-uitgever Gerardus Brandt.
Predikant Arnold Moonen was in zijn tijd ook literair-taalkundig een zwaargewicht, die duidelijk ook goed met de familie Sluiter bekend en bevriend was. Moonen werd in 1644 in Zwolle geboren en bezocht daar de Latijnse school van rector Johannes Kok, die later hoogleraar in Leiden werd. Vervolgens ging hij studeren en uiteindelijk sloot hij zijn theologische studie af in Groningen in 1668. Hij verbleef daarna een tijd in Holland, waar hij contacten legde met onder anderen G. Brandt en J. van den Vondel. In 1671, in het jaar waarin hij ook Sluiter moet hebben ontmoet, bezocht hij meer dan eens de stokoude dichter Vondel, die in Moonens Album Amicorum de spreuk Dulces ante omnia Musae dateert met 1671. Die zal Sluiter dan ook onder ogen hebben gehad.

Alle schrijvers in het vriendenboek van Arnold Moonen.
Blokland heeft de bundel tijdens zijn onderzoek waarschijnlijk wel gezien, want hij noemt in zijn proefschrift, in een voetnoot, dat Sluiter op 5 december een anagram op Arnold Moonen schreef, maar zonder tekst of vindplaats te vermelden. En in ieder geval is nu de volledige tekst van Sluiters brief, inclusief het anagram, voor het eerst beschikbaar. Dit bevestigt ook dat Sluiter eind november 1671 in Zwolle was, waar zijn zuster Maria vlak voor zijn aankomst was overleden.
Als de brieven dagtekeningen hebben, vallen die opvallend samen met de data en plaatsen waar Moonen woonde, studeerde en werkte. Kennelijk liet hij zelf op reis en in elke volgende woonplaats zijn verzameling brieven aanvullen: in Utrecht (studie van 1662-1664), Groningen (afstuderen 1667-68), Den Haag (op zoek naar werk, 1673-74) en in Overijssel vooral zijn geboorteplaats Zwolle (1671-72) en Deventer (1673-98), zijn laatste, langdurige standplaats als dominee.

wapen met onderschrift goed en helder en Moonens eigen tekstje voorin zijn vriendenboek: Laat een ander maar moeite doen het volk te behagen: voor mij is het genoeg dat ik beschaafde en geleerde oren heb bekoord.

Deze vondst is eens te meer een bevestiging dat Sluiter niet alleen een dorpsdomineetje uit het afgelegen Eibergen was maar ook, goed opgeleid en als dichter breed gewaardeerd, effectief deel uitmaakte van uitgebreide literaire/religieuze netwerken in de hele republiek.
Met dank aan de afd. Bijzonder Collecties – UB UvA, latinist Jan Melenhorst en Arend Heideman voor achtergrondinformatie, vertalingen en redactionele suggesties.
Peter Sluiter Amsterdam, februari 2026
* Datering in het origineel: 5 kal. Decemb., een oud Romeinse notering die 5 dagen terugtelt vanaf 1 december. Datering en vertaling met enig voorbehoud over het gebruik van het Latijn door Sluiter en zijn geletterde tijdgenoten.