Boodschapper Gabriël Smit kende ook Willem Sluiter

Via de site Delpher gevonden bloemlezing van Gabriël Smit met het Sluitergedicht.
Hoe bekend en gewaardeerd het werk van Willem Sluiter in de vorige eeuw was aan rooms-katholieke zijde, leert een in 1938 verschenen bloemlezing van Gabriël Smit. Onder de titel Gedichten door het kerkelijk jaar bundelde hij poëzie, van oude(re) dichters en tijdgenoten. Bedoeld voor de “leden onzer jeugdbeweging”. Begripsinhoud, mate van verstaanbaarheid en lengte bepaalden mede de selectie. Veel meer vertelt zijn toelichting niet.
Op “uitdrukkelijk verzoek van den uitgever” nam hij in het 59 pagina’s tellende bundeltje ook twee gedichten van zichzelf op. Met zeven gedichten prijkt Vondel ver bovenaan, voor Guido Gezelle, van wie Smit er vier opnam. In het deel Passie en Paschen staat naast de gedichten van Sluiter (Kruysiging) en Jan Luyken (Wie hangt er) zijn eigen gedicht Nacht op Golgotha. Hij vond het niet nodig en niet wenselijk de spelling van de oude gedichten te moderniseren.
De bloemlezing omvat meer dan alleen werk van dichters van een paar eeuwen geleden. Namen van een flink aantal tijdgenoten komen er in voor: Gerard Wijdeveld, Jan Engelman, Jan. H. Eekhout, Anton van Duinkerken, A.J.D. van Oosten, Jac. Schreurs, Bernard Verhoeven en ook de Zuid-Afrikaanse Elisabeth Eybers.
Overeenkomstig zijn naam
Gabriël Wijnand Smit (1910 – 1981) was een rooms-katholieke dichter, essayist, toneelschrijver, vertaler, kunstcriticus, journalist, redacteur en politicus. Hij was onder meer redacteur van De Volkskrant. Bij zijn dood noemde journalist en kunsthandelaar Lambert Tegenbosch op 30 mei 1981 in dagblad Trouw de zinsverbinding “en toch” de inhoudelijk “meest in het oog springende constante in zijn poëzie”. Een eigenaardigheid was het in zijn ogen dat poëzie bij hem altijd religieuze poëzie was: “Als dichter was hij, om met Martinus Nijhoff te spreken, volgens de opdracht van zijn naam een boodschappende engel in combinatie met een handwerksman.”
Naar die typering door Nijhoff verwees ook Hein Schaeffer in het stuk Ziels-taal in het tijdschrift ZinVol van 18 november 2005. Hij merkte ook op dat Smit, die opgroeide in een oud-katholiek gezin, in 1969 de rooms-katholieke kerk verliet, waar hij in 1934 tot toe was getreden. In 1952 liet Smit een berijming van alle psalmen het licht zien. Dierbaar was hem Psalm 23, De Heer is mijn herder, die ook helder doorklinkt in Buiten-Leven van Sluiter.
Titel Kruysiging van Smit
De titel Kruysiging boven Sluiters gedicht is van de hand van Smit. In Gezangen Heilige en Godvruchtige stoffe van Sluiter uit 1687 is het te vinden onder de titel Overdenckinge van Christus Lijden. Het telt hier tien vierregelige verzen, waar Smit er acht van heeft overgenomen. Het negende en het tiende vers, waarvoor hij een pagina meer nodig zou hebben, publiceerde hij niet. Die luiden:
Opvallend is dat Smit niet het beroemde gedicht 't En zijn de Joden niet, Heer Jezu, die u kruisten van Jacob Revius selecteerde voor zijn bundel. Dit sonnet wordt in christelijke kringen, of ze nu protestants of rooms-katholiek zijn, nog regelmatig gelezen en geciteerd. Zou het in de ogen van Smit ingewikkelder zijn geweest voor de doelgroep, kon die beter Sluiters regels verstaan?
Arend J. Heideman Gelselaar, juli 2025

Willem Sluiters gezangenbundel met het door Gabriël Smit overgenomen gedicht is hier te raadplegen.