Digitaal boekje over komische kant van dichter Willem Sluiter

Schermopname 1864 n 2KLIK OP DE ILLUSTRATIE HIERBOVEN EN U LEEST HET BOEKJE!

Op de voorkant van het digitale boekje Bespinnekopt en fraai bestoven prijkt een prent van dichter en etser Jan Luyken uit een serie van negen, die voor het eerst verschenen 1687 in de bundel Buiten- Eensaem Huis- Somer- en Winter-Leven van Sluiter en die fraai zijn leefwereld weergeeft. (Foto: Rijksprentenkabinet)

Dichter Willem Sluiter had ook een komische kant, blijkt uit recent onderzoek. Het digitale boekje Bespinnekopt en fraai bestoven, dat is gepubliceerd op informatiepunt www.willemsluiter.nl, illustreert dit. Aan de hand van zijn leukste gedicht, dat met maar 68 regels voor zijn doen kort was. Omdat het amper bekend is en een ander beeld schetst van hem, stelt de Stichting Willem Sluiter het voorafgaande aan de viering van 400 jaar Sluiter in 2027 breed via internet beschikbaar.

Voor een te verfilmen toneelstuk bij dit verhaal schreef auteur Arend J. Heideman er bovendien een kort verhaal over, geromantiseerd, maar geënt op de historie en met veel dichtregels van Sluiter. Dit is ter publicatie aangeboden aan historische tijdschriften in Berkelland.

Lachen met dichter

“Na eeuwen nog lachen met dichter”, staat boven de internetversie van het informatieve verhaal bij het gedicht. Pas anderhalve eeuwen na het overlijden van Sluiter werd het gepubliceerd, in de Geldersche Volks-almanak van 1837. Bij onderzoek enkele jaren geleden naar de opmerkelijke relatie van Sluiter tot vrouwen kwam het opnieuw in beeld. Midden negentiende eeuw werd er twee keer naar verwezen en de Achterhoekse schrijver H.W. Heuvel schonk er in zijn boekje over Sluiter begin vorige eeuw aandacht aan, maar verder kwam dat niet. Via internet dook het weer op.

Het gedicht heeft betrekking op zijn moeilijke gezinsomstandigheden na het overlijden van zijn jonge vrouw, die hem twee kleine kinderen naliet. Sluiter vertelt erin over hoe hij zich in 1671 tegen etenstijd overvallen voelde door hoog bezoek uit Borculo, van gravin Elisabeth Charlotte, echtgenote van de graaf Otto van Limburg Styrum, en hun dochter Amelia Louysa Wilhelmina. Met de grafelijke familie in het kasteel te Borculo, hoofdzetel van de heerlijkheid, had hij zeer goed contact, in het bijzonder met de twee genoemde vrouwen. Die waren kennelijk niet gerust op het functioneren van de huishouding van Sluiter, die was aangewezen op de hulp van een meid.

Overdrijving en humor

Met enige overdrijving en humor reageerde hij in dichtvorm op de lastige situatie. Dat hij het niet zelf publiceerde, is begrijpelijk. Gezien zijn zeer ondergeschikte houding ten opzichte van de grafelijke familie is het niet waarschijnlijk, dat hij het zijn bezoekers van toen ooit liet lezen. Hiervoor lijkt de inhoud te frivool. Allicht heeft Sluiter zijn grappige gedicht wel laten lezen aan goede vriend en collega-dominee Magnus Umbgrove uit Borculo. Op dit vermoeden is het korte verhaal van het voorval gebaseerd.