Uitgever-drukker moderne literatuur krijgt tekst Willem Sluiter als verjaarscadeau

De titel van het verrassende verjaarscadeau voor uitgever-drukker Ben Hosman in 1990 is ontleend aan het oorspronkelijke schutblad van Willem Sluiters Eensaem Huis- en Winter-Leven.
Wie zijn 50e verjaardag viert, kan bijzondere cadeaus verwachten, zeker een uitgever - drukker met een speciale handdrukpers. Dat overkwam in 1990 Ben Hosman, eerst eigenaar-directeur van Athenaeum - Polak & Van Gennep en daarna van de Regulierenpers, misschien vernoemd naar zijn Amsterdamse woonadres Reguliersgracht 50, misschien verwijzend naar ‘ieder sijn regulier’ = iemand de regel voorschrijven, hoe het drukken eigenlijk goed moet.
Het werd een van de belangrijkste handdrukpersen in Nederland van na de Tweede Wereldoorlog. In beide functies gaf hij vooral moderne Nederlandse literatuur uit, bij de Regulierenpers vooral bibliofiele uitgaven in oplages van hooguit enkele tientallen exemplaren, onder andere van Hans Warren, Ida Gerhardt, Gerrit Komrij en na 40 jaar een Engelse vertaling van J.H. Leopold, naast vertalingen van Nieuwgriekse, Franse en Engelse poëzie.
Des te verrassender is zijn verjaarscadeau: een tekst van Willem Sluiter uit 1668, de eerste 70 en laatste 30 versregels uit het lange Eensaem Huis- en Winter-Leven, met als titel Quanto Secretius, tanto liberius (hoe geheimer, hoe vrijer), ontleend aan het oorspronkelijke schutblad. De tekst begint met het oorspronkelijke motto Perditur hac inter misero lux non sine votis (Verdwaald in deze ellendige wereld, niet zonder wensen) en eindigt met Heer, Sus lust my u’will’, Sluiters favoriete anagram. De tot nu toe onbekende gevers moeten het werk van Sluiter goed gekend hebben.
Voor de liefhebbers: de tekst is gedrukt op een Canon LBP-4, in lettertype Baskerville van Fontware, op Hahnemühle Ingres door LM Amsterdam. (Google vindt onder LM alleen een webshop voor kinder-/damesmode en een eetcafé).

De oplage bedroeg maar tien exemplaren, waarvan het Informatiepunt Willem Sluiter er één vond in de Allard Pierson Collecties (vroeger: Bijzondere Collecties) van de Universiteit van Amsterdam, waar al meer pareltjes met Sluiterteksten opdoken. Hoe en van wie dat ene exemplaar daar terecht kwam, waarschijnlijk in 1996, is niet meer te achterhalen, en ook de andere negen zijn onvindbaar. Zo zijn er nog meer vragen waarvoor nader onderzoek nodig is, zoals:
Wie waren de gevers en waarom kozen zij deze tekst?
Wat maakte deze meer dan 300 jaar oude tekst van de bevindelijke Achterhoekse dichter-dominee Willem Sluiter aantrekkelijk voor moderne literatuurbetrokkenen als Hosman en collega’s?
Had Hosman affiniteit met dergelijke oude teksten? Heeft hij ooit beroepsmatige bemoeienis gehad met Sluiter of tijdgenoten?
Zegt dit cadeau meer over de gevers dan over de ontvanger? Is de thematiek van deze tekst op Hosman van toepassing?
Peter Sluiter
Amsterdam, mei 2026



