Bespinnekopt en fraai bestoven - Komische Willem Sluiter

Na eeuwen nog lachen met dichter Het leukste gedicht van Willem Sluiter, met 68 regels voor zijn doen heel kort en bij wei- nig mensen bekend, vertelt iets meer over wie hij was. Dit maakt het aantrekkelijk hem en zijn werk er vier eeuwen na zijn geboorte mee te belichten. Op 22 maart 1627 kwam hij ter wereld in het Achterhoekse dorp Neede. Lang bleef hij zeer populair als dichter. Sluiters bekendste regels zijn: Waer iemant duisent vreugden soek, Mijn vreugt is in dees’ achter-hoek, uit zijn lange gedicht Eensaem Huis- en Winter-Leven . Van zijn verzameld werk komen de geliefdste verzen uit het eveneens lange gedicht Buiten-Leven , dat 1516 regels telt. Wie graag meer wil lezen over Sluiters leven en werk, kan terecht in boeken en op internet. [1] Oorlogen en ander leed Sluiters geboortejaar is bekend van de Slag om Groenlo. Hoewel aan de Tachtigjarige Oorlog in 1648 een einde kwam, moest hij daarna twee keer vluchten, vanwege oor- logsomstandigheden. Die hadden te maken met de Heerlijkheid Borculo, een vanaf de middeleeuwen tot 1616 nagenoeg onafhankelijk staatje binnen het vorst-bisdom Münster. De voormalige gemeenten Borculo, Neede en Eibergen behoorden ertoe en aanvankelijk ook Lichtenvoorde. De Munsterse bisschop Christoph Bernhard von Galen probeerde met zijn leger in 1665 en in het Rampjaar 1672 dit gebied terug te veroveren. Zij teisterden ook Eibergen, waar Sluiter van 1653 tot 1673 dominee was. Toch is van oorlogsgeweld in zijn poëzie bijna niets te bespeuren. Ander leed klinkt in Sluiters tijdloze gedichten wel door. In zijn komische en korte ge- dicht van 30 maart 1671 slechts indirect. Evenmin klaagde hij hierin. Margaretha Sibylla Hoornaerts, met wie hij in 1662 trouwde en die in 1664 op 24-jarige leeftijd is overleden, liet hem twee kleine kinderen na. Die verbleven daarna noodgedwongen lang bij zijn schoonmoeder, eerst in Borculo en later in Deventer. Nadat hij weer een dienstmeisje nam, keerden zijn twee kleuters op 15 juli 1669 [2] bij hem terug in zijn pastorie in Eibergen. “Mijn kind’ren zijn mijn rijkste schat” [3] , dichtte hij. Doch op 20 december van hetzelfde jaar liet hij ze al weer terugbrengen naar hun grootmoeder in Deventer, vanwege geruchten over het naderen van Munsterse troepen. Toen dit dreigende gevaar weer geweken was, bracht hij zijn dochtertje en zoontje op 11 juni 1970 terug naar Eibergen. Op 30 oktober 1671 vertrokken ze opnieuw naar Deven- ter. In de tussenliggende periode kreeg hij onverwacht hoog bezoek.

RkJQdWJsaXNoZXIy Mzg0NjU=